iStock-1039244742.jpg

LEEFOMGEVING & WONEN

Wonen en gezonde, groene, klimaatbestendige leefomgeving

Nederland mist een geïntegreerde visie op de leefomgeving. We doen maar wat. Er is bijvoorbeeld geen nationale visie ontwikkeld om de ruimte in onze steden zo te benutten dat we deze ontwikkelen en inrichten tot een klimaatbestendige, leefbare ruimte. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de decentrale overheden. Ondertussen wordt de “groennorm’ van de Verenigde Naties, namelijk 48 m2 groen per inwoner, al decennialang in veel steden niet gehaald.

En de situatie verslechterd. Veel openbaar groen gaat verloren; voor echt openbaar groen met bomen en struiken in zachte grond blijft onvoldoende ruimte over en om de groennorm te halen worden tegenwoordig kunstgrasvelden, balkonbakken, groene gevels, groene daken, geveltuintjes, potplanten en bomen in eigen tuin meegeteld. Zelfs de rode atletiekbaan is op papier ‘groen’.

Splinter wil dat het roer om gaat. In het licht van klimaatverandering, hittestress en andere weersextremen, luchtkwaliteit, CO2-reductie en corona is een goede, groene openbare ruimte van levensbelang.

  • Iedereen heeft recht op een betaalbaar dak boven het hoofd. Er moeten komende 10 jaar maar liefst 1 miljoen huizen gebouwd worden om de woningnood op te lossen. Maar laten we daarbij de kwaliteit en het woongenot niet uit het oog verliezen. Iedereen heeft namelijk ook recht op een gezonde leefomgeving; schone lucht om te ademen, schone bodem om op te leven en schoon water om te drinken. Dus naast betaalbaarheid en daadwerkelijk duurzaam bouwen moet gekeken worden naar een leefbare omgeving voor mens, dier, natuur.

  • De zorgplicht voor de kwalitatieve groene ruimte wordt in landelijk beleid verankerd en niet slechts overgelaten aan decentrale overheden. In plaats van een inspanningsverplichting gaan we werken met afrekenbare doelstellingen. Er wordt gekozen voor groene corridors, er wordt ruimte gegeven aan biodiversiteit, stadslandbouw, volkstuinen worden beschermd en het algemeen belang wordt in alle plannen voor ogen gehouden in plaats van keer op keer te kiezen voor versteende bouwprojecten.

  • Nederland mist een minister van Ruimte en steden met bouwmeesters met een geïntegreerde visie op het ontwikkelen van een klimaatbestendige, leefbare stad; waarbij het groen in de stad niet ondergeschikt is aan het bouwen en wonen, maar waarin groen een voorwaarde is voor een leefbare stad. Groene ruimte moet een volwaardige plaats innemen in de afweging van de verschillende belangen. Natuurinclusief bouwen wordt de norm.

  • Binnenstedelijk bouwen waar dat kan wordt aangemoedigd, maar mag niet ten koste gaan van het binnenstedelijk groen en de leefbaarheid. Duurzame bouwprojecten op landbouwgrond met een lage biodiversiteit en lage natuurwaarde is niet langer taboe, mits er veel aandacht is voor bomen en hoogwaardig groen.

  • Er komt meer prioriteit voor veilig buitenspelen en groene speelplaatsen voor onze kinderen.

  • Stadslandbouw en betaalbare volkstuintjes worden gestimuleerd. Exorbitante huurverhogingen voor deze tuintjes door gemeenten wordt verboden.

  • Niemand hoeft op straat te slapen. Bed, bad, brood voorzieningen blijven open en worden uitgebreid. Mensen krijgen hulp met hun problemen en uitzicht op een permanent dak boven hun hoofd.