iStock-927720230.jpg

LIBERALE WAARDEN

Persoonlijke/individuele vrijheid

  • Gelijkwaardigheid van het individu ongeacht geslacht, huidskleur, geaardheid en levensovertuiging.

  • Compromisloos anti-discriminatieprincipe zonder mensen in te delen in hokjes en groepen; identiteitspolitiek creëert valse tegenstellingen en werkt polarisatie in de samenleving in de hand.

  • In een land met 17 miljoen mensen bestaan 17 miljoen identiteiten.

  • Elk mens is vrij zijn levenspad te kiezen: vrije partnerkeuze, zeggenschap over het eigen lichaam en de eigen seksualiteit.

Vrijheid van meningsuiting

  • De open samenleving kenmerkt zich door een vreedzame strijd van ideeën, waarbij het beste idee steeds aan invloed wint. Geen enkel idee, religieus of profaan, is in het vrije Nederland boven kritiek verheven.

  • Vrijheid van meningsuiting, het kunnen voeren van een vrij en open debat is voor onze rechtsstaat en democratische waarden van levensbelang.

Neutrale staat, seculier onderwijs, vrijheid van godsdienst en vrijheid om niet te geloven

Ieder mens moet zich vrij kunnen verbinden aan een geloof of overtuiging. Of zich veilig ervan kunnen losmaken. Dat kan alleen in een seculiere samenleving met een neutrale overheid. Een seculiere samenleving is een voorwaarde voor gelijkwaardigheid. 

Splinter bepleit scheiding van kerk en staat. Religie is een privéaangelegenheid. De publieke ruimte is van ons allemaal en dient neutraal te zijn zodat iedereen zich vrij kan voelen.

  • Conservatieve religieuze wereldbeelden botsen met progressieve waarden, met name daar waar het gewetensvrijheid en de autonomie van het individu betreft. Dit hoort niet thuis binnen de overheid. De staat hoort neutraal te zijn om vrijheid voor iedereen te garanderen. 

  • Aparte vermelding van de vrijheid van godsdienst in de Grondwet wordt geschrapt. Alle vrijheden waarop gelovigen aanspraak kunnen maken, zoals de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging, vrijheid van vergadering en betoging, zijn al veilig verankerd in de wet en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

  • Religieuze uitingen en vrijheden die anderen in hun uitingen en vrijheden beperken, mogen niet getolereerd worden. Als homofobie, geslachtsongelijkheid en geloofsdruk een vlucht nemen, dan leidt dat tot afname van gelijke kansen en verlies aan talent en levensgeluk. Het seculier systeem in de samenleving dient verstevigd te worden. Voor alle kinderen seculier onderwijs draagt daar in belangrijke mate aan bij; schaf het bijzonder geloofsonderwijs tijdens reguliere lesuren af. Leerlingen moeten (zelf)kritisch leren nadenken en eigen inzichten kunnen ontwikkelen over alle religies en levensbeschouwingen.

  • Betere bescherming en begeleiding van geloofsverlaters. Het is niet uit te leggen dat mensen die geloven in Nederland beter beschermd worden dan mensen die hun geloof willen verlaten en die geconfronteerd worden met verstoting uit hun geloofsgemeenschap en familie. Geloofsverlaters die geconfronteerd worden met verstoting, bedreiging en/of geweld moeten door de overheid worden beschermd, opgevangen en begeleid.

  • Vrijheid van religie heeft evenveel waarde als het recht om niet te geloven; het recht om seculier te zijn.

  • Permanente bewaking van gebedshuizen in geval van dreiging met geweld tegen gelovigen.

  • In publieke functies worden geen religieuze symbolen gedragen; er is sprake van een afhankelijkheidsrelatie en degene die daarvan afhankelijk is dient te worden benaderd met een neutrale uitstraling. Bijvoorbeeld: geen hoofddoekjes bij de politie of de rechtbank, geen arts in het publieke domein met een keppeltje.

  • De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding wordt gehandhaafd. In het openbaar vervoer, het onderwijs, de zorg en in overheidsgebouwen mag geen kleding worden gedragen die het gezicht bedekt, zoals een boerka of nikab. Er moet worden gehandhaafd, niet worden gedoogd.

  • De overheid gaat in gesprek met seculiere vertegenwoordigers uit de migrantengemeenschappen over de vraag hoe de op religie gebaseerde radicalisering tegengegaan kan worden. Op dit moment gaat de overheid vooral in gesprek met bijvoorbeeld moskeeën en mist daardoor de inzichten van seculieren en ex-moslims.

  • Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) wordt verplicht gesteld voor geestelijke bedienaren en bestuurders van gebedshuizen. Voor het werken als bijvoorbeeld docent, gastouder en jeugdzorgmedewerker is een VOG al verplicht. Gebedshuizen en de daarin werkzame geestelijke bedienaren hebben in de opvoeding en vormen van de jeugd binnen een geloofsgemeenschap een belangrijke plaats. Het is daarom niet meer dan logisch dat ook van hen een VOG verlangd wordt.

  • Buitenlandse financiering van geloofs- en gebedshuizen vanuit onvrije landen wordt aan banden gelegd, omdat dit tot radicalisering kan leiden.