ZORG

Preventie: gezond opgroeien, gezond ouder worden

Het is belangrijk dat mensen gezond blijven en dat het overheidsbeleid de gezondheid van mensen bevordert. Het moet voor mensen makkelijker worden gemaakt om meer te bewegen, gezond te eten en beter te ontspannen.

  • Er worden geen preventieakkoorden gesloten zonder afrekenbare doelstellingen voor sectoren zoals de voedingsmiddelenbranche. De voedingsindustrie is niet langer almachtig bij onderhandelingen en de uiteindelijke uitwerking van preventieakkoorden. De gezondheid van mensen gaat boven het belang van de voedingsindustrie om geld te verdienen aan ongezonde voeding.

  • Borstvoeding geeft baby’s de gezondste start. Een lactatiekundige geeft voorlichting en advies, bijvoorbeeld bij gebrek aan melkproductie of groei van de baby. Borstvoeding versterkt het immuunsysteem van de baby en geeft bescherming tegen allerlei ziekten. Maar ook tegen allergieën en overgewicht op latere leeftijd. Het geeft ook de moeder allerlei gezondheidsvoordelen. Het bespaart zorgkosten korte en lange termijn. Gezondheidsorganisaties raden moeders minimaal 6 maanden borstvoeding aan. Daarom dient lactatiekundige zorg te worden opgenomen in de basisverzekering, zodat iedere moeder die borstvoeding wil geven daarbij geholpen kan worden. Een gezonde start van je kindje zou niet afhankelijk moeten zijn van je portemonnee. Splinter wil de mogelijkheden om langer borstvoeding te geven stimuleren, zowel thuis als op het werk.

  • Kinderen moeten de kans krijgen om gezond op te groeien. Gezonde voeding is daarbij de basis. Kinderen worden nog steeds onvoldoende beschermd tegen kindermarketing voor ongezonde producten. Eindelijk is er regeling van kracht waardoor kinderidolen van de verpakkingen zullen verdwijnen. Echter, fabrikanten gebruiken nog veel meer kindermarketingtrucs, zoals spaar- en winacties. Splinter wil een algeheel verbod op kindermarketing op ongezonde producten en dat de overheid het gebruik van de WHO-criteria voor het beperken van kindermarketing verplicht stelt of de schijf van 5. 

  • Sporten wordt voor kinderen tot 18 jaar en voor mensen met lage inkomens gratis. (zie meer standpunten over sport bij het de paragraaf ‘topsport en breedtesport’).

  • Er wordt vanuit de overheid geïnvesteerd in preventieve maatregelen zoals meer bewegen, stoppen met roken en gezonder eten. In het onderwijs komt er meer aandacht voor gezonde voeding en bewegen voor kinderen, zodat zij vroeg leren hoe zij gezond kunnen blijven.

  • De overheid gaat een stevig anti-rookbeleid invoeren, waardoor er écht uitzicht is op een rookvrije generatie. Kinderen moeten kunnen opgroeien in een rookvrije omgeving zonder verleiding om zelf te beginnen met roken. De overheid start een publiekscampagne om roken te ontmoedigen. Sportclubs en de omgeving daarvan worden rookvrij. De leeftijdsgrens voor het kopen van tabaks- en rookwaren wordt opgehoogd naar 21 jaar. Prijzen voor tabaks- en rookwaren worden fors opgehoogd. Het aantal verkooppunten wordt drastisch verminderd en er wordt actief gecontroleerd op naleving van de regels. Tabaks- en rookwaren zijn niet langer te koop bij supermarkt. De macht van de tabakslobby wordt doorbroken. Aan het creatief omzeilen van de Tabakswet komt een einde.

  • Btw op groente en fruit van Nederlandse bodem gaat naar het nultarief. Mensen moeten gestimuleerd worden om gezondere keuzes te maken.

  • Het hebben van een moestuin wordt makkelijker en goedkoper gemaakt, ook als je in de stad woont.

  • De overheid draagt zorg voor een schone, veilige, groene leefomgeving. Gezonde lucht om te ademen, schone bodem om op te leven en schoon (drink)water. De overheid laat deze zorgplicht aan haar burgers prevaleren in haar beleid.

 

Zoönosen zoals corona, covid-19

Naarmate de natuur verloren gaat en verstoord raakt, neemt de kans op pandemieën en andere besmettelijke ziekte-uitbraken toe. Het beschermen van de natuur helpt toekomstige pandemieën voorkomen en is daarmee een vorm van preventieve gezondheidszorg met een grotere veiligheid en economische stabiliteit wereldwijs tot gevolg.

Van dier op mens overdraagbare ziekten zijn “zoönosen”, zoals corona / covid-19, maar ook de ziekte van Lyme, Q-koorts, toxoplasmose salmonellose en vogelgriep. De bedreiging van zoönosen op de volksgezondheid en de potentiele ontwrichting van de samenleving en de economie zal niemand meer kunnen onderschatten. Ongeveer tweederde van de verwekkers van infectieziekten is afkomstig van dieren. Laten we zorgen, voor zover dat in onze macht ligt, dat we toekomstige pandemieën voorkomen: door onze omgang met wilde dieren en de natuur te verbeteren. Verstoringen van de natuur die kunnen leiden tot zoönotische infectieziekten moeten worden tegengegaan.

De Nederlandse overheid moet zich voor de volgende zaken inzetten om toekomstige zoönosen te helpen voorkomen:

  • De handel in wilde dieren wordt verboden en Nederland maakt zich in Europa en internationaal sterk om deze handel tegen te gaan, evenals de markten met en consumptie van wilde dieren waarbij een hoog risico gelopen wordt.

  • Er moeten maatregelen opgesteld worden voor de instandhouding van natuur. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Schadelijke veranderingen in de natuur, zoals verlies van leefgebieden van wilde dieren, moeten worden tegengegaan en aangepakt: stop ontbossing ten behoeve van bijvoorbeeld onze biomassacentrales, de productie van veevoer en palmolie.

  • Nederland moet bijdragen aan het op veilige manier voldoen aan de voedingsbehoeften van armen op het platteland in ontwikkelingslanden, met name wanneer gemeenschappen afhankelijk zijn van wilde dieren voor eiwitten.

  • De vraag naar en de consumptie van risicovolle wilde dieren moet wereldwijd worden uitgebannen.

  • Geef Nederlandse boeren optimaal de mogelijkheid om succesvol om te schakelen naar natuurinclusieve, duurzame en kleinschalige veehouderij. We hoeven echt niet de slager en melkboer van de wereld te zijn om onze boeren een fatsoenlijke boterham te laten verdienen, integendeel. Schaalvergroting is niet de oplossing, het is het probleem.

  • De minister van Volksgezondheid en/of Medische Zorg informeert de Tweede Kamer actief en periodiek over mogelijke nieuwe dreigingen en de acties die daarop genomen worden om potentiele verspreiding van nieuwe zoönosen te voorkomen danwel in te dammen.

 

Samenleving beter beschermen tegen pandemieën 

  • Rijksoverheid neemt de centrale regie. In een bestuurlijk landschap waar iedereen een beetje verantwoordelijk is, voelt niemand zich echt meer verantwoordelijk en wordt er steeds afgeschoven en gewacht op ‘de ander’. Dat moet afgelopen zijn.

  • De overheid moet communicatie-experts hen continu laten adviseren over de beste crisiscommunicatie. Optimaal communiceren over de te nemen maatregelen: leg uit, neem de burgers mee in de overwegingen en argumenten. Maatregelen staan of vallen bij draagvlak. Gebrekkige communicatie of zelfs tegengestelde maatregelen en adviezen brachten het coronabeleid in gevaar. Er moet een keer geleerd worden van fouten. Heldere strategien moeten worden bedacht, gestuurd op maximaal onder controle krijgen van het virus en er moet mensen perspectief worden geboden op het afbouwen van de opgelegde beperkingen.

  • In het kader van preventie moet de zorg in een pandemie actief betrokken worden in de bestrijding hiervan. Het beleid van de overheid heeft directe gevolgen die voelbaar zijn op de werkvloer. Hierbij moeten ze optimaal gefaciliteerd worden maar ook moet het mogelijk zijn om direct te ontschotten. In de coronacrisis lagen teveel obstakels om dit mogelijk te maken. Daarbij moet ook de zorg een bijdrage leveren om een ziekte in te dammen; inzetten op het voorkomen van zorg in alle gelederen. 

  • Er wordt pro-actief voorbereid en pro-actief gehandeld vanuit het voorzorgsbeginsel. Er komen crisisdraaiboeken voor Rijksoverheid, decentrale overheden en veiligheidsregio’s. Sturen op zorgcapaciteit zorgt ervoor dat de overheid continu achter de feiten aan loopt en steeds te laat is.

  • Vaccinontwikkeling en vaccinproductie moeten weer een overheidstaak worden. Het Nederlands Staatsbedrijf Intravacc, dat tot voorkort in de uitverkoop stond, ontwikkelt potentieel levensreddende vaccins. Het is in volledig Nederlandse handen. En dat moet zo blijven. Bilthoven Biologicals, gespecialiseerd in vaccinproductie en in volume de grootste vaccinproducent ter wereld, is echter eigendom van India, dankzij tal van verkeerde keuzes van de Nederlandse overheid. Samen met Intravacc vormde dit tot een aantal jaar geleden het toenmalige Nederlands Vaccin Instituut (NVI). Nederland moet alles op alles zetten om de Nederlandse vaccinproductie weer in ere te herstellen.

Zorginstellingen en zorgmedewerkers weerbaarder maken: tijdens en na de crisis

  • Zorgmedewerkers verdienen meer dan alleen applaus. Splinter is trots op de zorgbonus. Wie heeft het verder voor elkaar gekregen om €2,2 miljard los te krijgen voor de zorg? Niemand, behalve die ene Splinter. Splinter wil dat iedereen die recht heeft op de corona zorgbonus van €1000,- netto, deze ook daadwerkelijk krijgt. En wat Splinter betreft is dat iedereen in en rondom de zorg die zich extra heeft ingezet tijdens de coronacrisis. Weg met de ja/nee, tenzij lijsten. Weg met drie verschillende ‘handreikingen’, ‘handleidingen’ en allerlei nutteloze bureaucratische rompslomp. Maak van de zorgbonus geen vechtbonus. Sla niemand over, ook niet de ZZP’ers, uitzendkrachten en zorgverleners die werken vanuit een persoonsgebondenbudget (pgb).

  • Zorgverleners verdienen structureel een beter salaris, betere arbeidsvoorwaarden en meer zeggenschap in hun werk. De hoge werkdruk in de zorg moet worden afgebouwd. Zorgverleners hebben recht een stabiele en onafhankelijke beroepsvereniging en vakbond die zich daadwerkelijk inzet voor hun achterban en niet langer meedoet in het polderlandschap zoals nu het geval is. Het verantwoorden van zorgmedewerkers moet, net als kwaliteit, vooral gaan over leren, ontwikkelen en rekenschap afleggen over waar professionals verantwoordelijk voor zouden moeten zijn. Dit hoeft niet complex te zijn. Daarom moet verantwoording vooral gebeuren in het licht van het relationeel zorg geven, van wat kwaliteit is en waar dit ontstaat. Het vraagt kennis over en vermogen tot verantwoorden. Laat de zorgmedewerkers verantwoordelijk zijn voor o.a. kwaliteit en kosten en het vertrouwen zal groeien. Echter op dit moment is de verantwoording grotendeels uit handen getrokken van allerhande tussenpartijen.  Een vertrouwensrelatie is hierin essentieel.

  • De overheid zorgt voor een stabiele pool aan zorgreservisten, die klaarstaan indien zij nodig zijn in noodsituaties.

  • In zorgorganisaties dienen draaiboeken klaar te liggen voor het snel vormen van crisisteams op centraal, regionaal en lokaal niveau. Daarmee kan er snel geanticipeerd worden op de veranderende omstandigheden, bepalen wat er waar moet gebeuren en wie moet handelen. Dit is nodig om snel actie te ondernemen om bijvoorbeeld voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen te krijgen en protocollen en instructies te maken met betrekking tot hygiëne en infectiepreventie die onderhevig zijn aan verandering in de betreffende situatie. Van belang is dat alle lagen uit de organisatie vertegenwoordigd zijn in de crisisteams. Samenwerking is de sleutel. Hierin zal ook de onzekerheid van een dergelijke situatie moeten worden meegenomen.

  • De overheid moet in overleg met de zorginstellingen regels voor een ijzeren voorraad persoonlijke beschermingsmiddelen buiten crisistijd vastleggen. Geen zorgverlener mag ooit nog geconfronteerd worden met opnieuw een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen. Zowel in het ziekenhuis als daarbuiten werken zorgmedewerkers altijd met de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij covid-patiënten is dat bijvoorbeeld altijd minimaal een FFP2 mondneusmasker. Zorgmedewerkers kunnen direct bij de inspectie anoniem melding maken als met ongeschikte of onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen moeten werken. Op de gezondheid en de veiligheid van zorgmedewerkers mag nooit meer bezuinigd worden. Tevens mogen hun visie en ervaringen nooit meer in twijfel worden getrokken en moet de overheid toegankelijk zijn indien zij ondersteuning nodig hebben in geval van nood.

  • IC-capaciteit, met daarbij voldoende personeel, optimaal ontwikkelde test- en vaccineerinfrastructuur zijn basiselementen die altijd op orde moeten zijn.

  • Zorgmedewerkers krijgen eerder psychologische ondersteuning. Dit is enerzijds de verantwoordelijkheid van de zorgwerkgevers, maar het is de overheid die dit actief moet bevorderen. De toegang hiertoe moet laagdrempelig zijn, ook bij ZZPers.

  • Landelijk beleid doet soms geen recht aan afwegingen tussen gezondheid en kwaliteit van leven, zoals bij bezoek van naasten. Niet alles hoeft op één manier geregeld te worden en niet voor iedereen dezelfde maatregelen. In de eerste coronagolf zijn een deel van de patiënten/cliënten en hun naasten daarmee onnodig hard geraakt. Er moet te allen tijde ruimte zijn voor maatwerk.

  • Splinter wil meer wijkverpleegkundigen. Dit is nodig omdat mensen steeds langer thuis blijven wonen. De regeldruk moet worden verminderd en de tijdsdruk om snel binnen bepaalde tijd zorg te verlenen moet verdwijnen. De wijkverpleegkundigen moeten weer de tijd krijgen om zorg te verlenen op een wijze die recht doet aan de patiënt én aan de toewijding van de wijkverpleegkundige. De rol van zorgverzekeraars moet onder de loep worden genomen. Binnen het zorglandschap is de regeldruk en bureaucratie een groot probleem. Er komen steeds meer maatregelen waarvan eigenlijk niet bekend is waarom ze bestaan. VWS en zorgverzekeraars wijzen stelselmatig naar de zorgverleners zelf onder het mom “bij ons staat het nergens”. De wijkverpleging moet echter wel steeds meegaan in wat de zorgverzekeraar zegt anders krijgt de patiënt simpelweg geen zorg. Hier zie je een duidelijk beeld van risico-regelreflex waarbij met name de zorgverzekeraar bezig is om de zorg zogenaamd betaalbaar te houden. Dit kan alleen plaatsvinden als je zorg als kostenpost ziet en niet als investering.

  • Het beroep anesthesiemedewerker wordt opgenomen in de wet BIG (wettelijke borging van het beroep). De anesthesiemedewerker draagt bij aan een professioneel en gelijkwaardig zorgveld van zorgprofessionals die complexe zorg leveren aan kwetsbare groepen. Het zorgt voor zowel betere bescherming van de patiënt, omdat de kwaliteitsborging een wettelijke basis krijgt, als voor erkenning van de anesthesiemedewerker zelf. Die erkenning is hard nodig, zeker na de brede inzet van anesthesiemedewerkers tijdens de coronacrisis. Het ontbreken van een BIG registratie belemmerd brede inzetbaarheid en een vaste plek in de opschalingsplannen voor de toekomst. Splinter wil zo snel mogelijk die BIG registratie verwezenlijken.

Gezondheidszorg – laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk

Splinter wil dat iedereen in Nederland toegang heeft tot kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare zorg. Dat is niet iets wat kan worden overgelaten aan de marktwerking, maar een zeer belangrijke overheidstaak die serieus genomen moet worden vanuit een centrale regie bij Rijksoverheid in plaats van de zorgverzekeraars. De centrale regie moet echt verstand hebben van de zorg. Een zo optimaal mogelijk en passend zorgstelsel wordt bovenal gedreven door duurzaam omgaan met mensen, in welke rol dan ook. Zorgen is bovenal hulpverlenen en iedere zorgrelatie is uniek. Een zorgstelsel dient maatwerk te ondersteunen, zodat de zorg weer draait om het individu.

  • Het eigen risico wordt afgeschaft en de mogelijkheden voor terugkeer naar het ziekenfonds worden onderzocht. De huidige wildgroei aan zorgpolissen met ondoorzichtige voorwaarden worden geschrapt: er blijft één polis voor het basispakket. Geen zorgverzekeraar mag iemand weigeren. De gemeentepolis voor minima wordt versterkt.

  • Zorgtoeslag komt de vervallen, in plaats daarvan wordt de zorgpremie verlaagd.

  • De winst die zorgverzekeraars mogen maken wordt beperkt. Winstuitkering wordt verboden. Ook moet er gekeken worden naar wat er gedaan wordt met het geld dat zorgverzekeraars op de plank hebben liggen: hoeveel medewerkers met bijzondere baantjes zijn er in dienst waar het geld heen gaat of via andere wegen wordt doorgesluisd naar het management. Geld dat binnenkomt zou direct terug de zorg in moeten.

  • Onnodige zorg en overbehandeling wordt aangepakt.

  • De macht van de farmaceutische industrie wordt aan banden gelegd. De overheid schept de mogelijkheden en de capaciteit om veel te dure medicijnen goedkoop na te maken, door middel van dwanglicenties. Er komt een nationaal fonds voor geneesmiddelenonderzoek.

  • Iedereen behoudt vrije artsenkeuze, welke zorgverzekeraar je ook hebt.

  • Extreem hoge beloningen, winstuitkeringen en bonussen aan de top van de zorg schaffen we af. Managementlagen worden geschrapt. Het geld dat daarmee bespaard wordt kan naar het zorgpersoneel; de mensen die daadwerkelijk zorg verlenen.

  • Medisch specialisten komen in loondienst van het ziekenhuis inclusief cao. De salarissen van artsen in opleiding worden verhoogd.

  • Marktwerking in de zorg wordt tegengegaan en zo mogelijk teruggedraaid. Hoog kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen is een overheidstaak en die mag niet overgelaten worden aan de grillen van de marktwerking.

  • Toegankelijke zorg dichtbij is niet een luxe maar een recht: streekziekenhuizen worden niet meer gesloten om opgeslokt te worden door megaziekenhuizen waar mensen ver voor moeten reizen en de zorg niet meer kleinschalig geleverd kan worden.

  • Aanrijtijden voor ambulances zijn in heel Nederland maximaal 15 minuten en spoedeisende hulpposten worden nergens meer gesloten om financiële redenen.

  • Decentralisatie naar gemeenten van belangrijke zorgonderdelen, zoals wmo, pgb en jeugdzorg wordt geëvalueerd en centrale regie wordt heroverwogen. 

  • Er komt meer aandacht voor gendersensitieve zorg. Een vrouwenlichaam zit nu eenmaal anders in elkaar dan een mannenlichaam. Daardoor verschillen ziektebeelden tussen man en vrouw én is niet iedere behandeling hetzelfde. Artsen worden opgeleid en bijgeschoold met de nieuwste inzichten op het gebied van gendersensitieve zorg.

  • De pil komt in het basispakket.

  • Maandverband, tampons en menstruatiecups worden voor minima vergoed. Splinter wil een eind maken aan menstruatiearmoede.

  • De abortuspil wordt verkrijgbaar via de huisarts; vrouwen die ongewenst zwanger raken hoeven niet langer naar een abortuskliniek of het ziekenhuis. Abortus moet voor elke vrouw vergoed blijven. Daarvoor is het nodig dat abortus verdwijnt uit het Wetboek van Strafrecht; deze wet zorgt ervoor dat abortus buiten de abortuskliniek een misdrijf is en een abortuspil niet bij de huisarts verstrekt kan worden.

  • Toegang tot hivtests zijn laagdrempelig en PrEP wordt toegankelijk en betaalbaar.

  • Astmacentrum Davos Zwitserland voor mensen met ernstig Astma behouden door hooggebergtebehandelingen in de basiszorgverzekering te vergoeden.

  • Niet reguliere stottertherapie wordt opgenomen in de basiszorgverzekering, zodat iedereen de stottertherapie kan krijgen die het meest geschikt is.

Sensorvergoeding voor diabetespatiënten

 Meer dan een miljoen mensen in Nederland hebben diabetes. Zo’n 120.000 mensen hebben daarvan type 1 diabetes en hebben altijd intensieve insulinetherapie nodig. Van de mensen die type 2 diabetes hebben, heeft een deel intensieve insulinetherapie nodig. Naast type 1 en 2 bestaan nog meer types diabetes, waarbij mogelijk ook intensieve insulinetherapie nodig is.

Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat diabetespatiënten grote gezondheidsvoordelen halen uit het gebruik van glucosesensors: de Continu Glucose Monitoring (CGM). Vergeleken met vingerprikken of met FGM, halen CGM-gebruikers dan ook veel vaker de internationaal vastgestelde behandeldoelen.

CGM-gebruik leidt dankzij het ‘voorspeld laag-alarm’ tot bijna 50% minder hypoglycemieën (te lage bloedsuikerwaardes). Met name tijdens en na het sporten en gedurende de nacht komen er veel minder hypo’s voor. CGM geeft ook de mogelijkheid om anderen in real time met de bloedsuikerwaardes van de diabetespatiënt mee te laten kijken. Zo kan een ouder, verzorger of partner een oogje in het zeil houden. Dit leidt in meer dan de helft van de gevallen tot een beter algemeen welzijn, minder angst en zorgen, en een betere nachtrust. Wanneer CGM samenwerkt met een insulinepomp in een Hybrid Closed Loop-systeem, resulteert dat in stabielere bloedglucosewaardes. Het belang van stabiele bloedglucosewaardes is ruimschoots aangetoond in de wetenschappelijke literatuur. Hoe stabieler de waardes, hoe kleiner de kans op ernstige diabetescomplicaties op lange termijn. Op korte termijn leveren stabiele waardes een betere kwaliteit van leven, minder ziekteverzuim, en minder ziekenhuis- en SEH-bezoeken op.

Diabeteszorg is maatwerk en voor een heel groot deel zelfmanagement. Daarom komen diabetespatiënten en hun behandelaren door middel van gezamenlijke besluitvorming tot een beslissing over het gebruik van sensortechnologie. Splinter wil dat als de behandelaar en de diabetespatiënt samen tot de conclusie komen dat het gebruik van de CGM het beste bij de behandeling past, dat deze vergoed wordt.

  • Continue Glucose Monitoring (CGM) wordt vergoed in de basisverzekering voor iedereen met diabetes die intensieve insulinetherapie nodig heeft. 

  • Alle glucosesensortechnologie, zowel Flash Glucose Monitoring (FGM) als CGM, is vergoede zorg voor iedereen die minstens viermaal daags insuline spuit of een insulinepomp gebruikt. Hybrid Closed Loop-systemen, waarbij een glucosesensor samenwerkt met een insulinepomp, kunnen hierdoor vaker worden ingezet.

 

Zwangerschap en geboortezorg (zie ook ‘geboorte en gezin’ voor o.a. verlof)

  • Eerstelijns verloskunde wordt gekoesterd en behouden. Iedere vrouw moet de keuze hebben om, zonder medische indicatie, thuis veilig te bevallen. Vrouwen worden begeleid door verloskundigen tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode. De verloskundige moet voor zwangeren laagdrempelig toegankelijk zijn en haar poortwachtersfunctie goed kunnen vervullen. Ze dient als professional de ruimte te hebben om samen met de zwangeren haar zorg te verlenen en waar nodig de samenwerking te zoeken met andere zorgverleners. De verloskundige heeft de regie binnen het netwerk van professionals in het medische en sociale domein en coördineert de zorg in lijn met de wensen en behoeften van zwangere vrouwen. Als eerstelijns zorgverlener is zij bij uitstek geschikt om ook in te zetten op preventie. De verloskundige in de buurt moet daarom behouden blijven en niet standaard ingelijfd worden door het ziekenhuis. Daar waar het kan dient juist te worden ingezet op het verplaatsen van zorg uit het ziekenhuis naar de eerste lijn. Dit is goedkoper en beter toegankelijk voor zwangeren. De verloskunde wordt een nutsvoorziening.

  • Prenatale screening (NIPT) blijft vergoed, voor iedereen. Het mag niet van je portemonnee afhangen of je als ouder wel of niet geïnformeerd een beslissing kunt nemen over het om medische redenen afbreken van een zwangerschap of dat een ouder zich goed kan voorbereiden op de geboorte van een kindje met een beperking.

  • De tekorten en de extreme werkdruk in de kraamzorg worden opgelost met een gericht stimuleringsprogramma. De gezonde veilige start van onze kinderen is afhankelijk van goede kraamzorg en moet behouden blijven. De kraamzorg wordt een nutsvoorziening.

  • Borstvoeding is de gezondste start voor een baby. Splinter stimuleert mogelijkheden om borstvoeding te geven.

 

VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

  • Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap wordt volledig in Nederland geïmplementeerd. Splinter vindt het ongehoord dat dit nog niet is gebeurd.

Mantelzorger: heldere positie in zorgketen, meer gewaardeerd en ontlast.

Dé mantelzorger bestaat niet. Er zijn veel verschillende mantelzorgers. Het is belangrijk dat de behoeften en ondersteuning goed in kaart wordt gebracht zodat maatwerk geleverd kan worden. De informele zorg die mantelzorgers leveren is onmisbaar en ontziet de gezondheidszorg aanzienlijk en dient erkent te worden. Mantelzorgers mogen geen gezondheids- en financiële problemen krijgen door hun zorgtaak.

  • Een mantelzorger wordt gezien als een volwaardig partner in de zorg. Mantelzorgers dienen daarom een rechtspositie te krijgen. Mantelzorgers kunnen een mantelzorgverklaring aanvragen om zo de erkende status als mantelzorger te krijgen.

  • Deze status geeft fiscale voordelen. (Bijvoorbeeld voor de gemaakte reiskosten) 

  • Er komt een reiskostenfonds om mantelzorgers financieel te ontzorgen. Dit reiskostenfonds is voor mantelzorgers die jaarlijks meer dan €1000,- aan kosten maken. 

  • Tevens kunnen mantelzorgers hierdoor aanspraak maken op dezelfde privileges die zorgprofessionals hebben bijvoorbeeld t.a.v beschermende middelen en voorrang bij vaccinaties. 

  • Er komt een mantelzorguitkering voor erkende mantelzorgers die niet kunnen werken en geen aanspraak kunnen maken op een (minimum) inkomen vanuit PGB.)

  • Betaald zorgverlof moet worden uitgebreid naar 10 weken per jaar. In algemene crisistijden (zoals een pandemie) komt er een betaald calamiteitenverlof die kan worden opgenomen. 

  • Werkgevers moeten een mantelzorgpunt opnemen in hun arbeidsvoorwaarden waarbij staat aangegeven hoe zij mantelzorgers met een mantelzorgverklaring preventief ondersteunen zodat de kans op burnout door overbelasting beperkt wordt.  

  • Het landelijke benodigde budget voor de algehele ondersteuning van mantelzorgers voor gemeenten wordt in kaart gebracht. 

  • De mantelzorgondersteuning in gemeenten wordt ingedeeld in 8 vraaggebieden, en daarvoor moet geld beschikbaar zijn (Informatie en advies, persoonlijke begeleiding, educatie, emotionele steun, praktische hulp, respijtzorg, financiële- en materiële hulp.

  • Beschikbare budgetten voor gemeenten worden geoormerkt. Hierdoor wordt de besteding van de budgetten traceerbaar. 

  • Het PGB is een belangrijk middel voor cliënten en hun mantelzorgers om regie over de zorg te behouden. Het PGB zal niet verdwijnen. 

  • Het PGB moet altijd gebruikt kunnen worden voor uitbetaling van informele zorgverleners, dus ook uitbetaling van de zorg door de mantelzorgers. Budgetverstrekkers kunnen hier geen restricties op leggen. 

  • Inkomen verkregen uit PGB dient gezien te worden als volwaardig inkomen. Mantelzorgers kunnen een hypotheek aanvragen als hun inkomen uit PGB komt, indien de verwachting van de toewijzing van het PGB van structurele aard is door de zorgbehoeften die de cliënt heeft. 

  • Het indiceren van zorg ligt bij de verpleegkundigen, niet bij de zorgverzekeraars. Zij mogen geen bemoeienis hebben in dit proces noch een 2de mening geven om zo uiteindelijk tot minder uren te komen om geld te besparen. 

  • Gemeenten/zorgkantoren/zorgverzekeraars worden verplicht tot structurele preventie om overbelasting te voorkomen. 

  • Respijtzorg wordt preventief ingezet om mantelzorgers te ontzien. Respijtzorg mag niet overschaduwd worden door stress van het geregel. Mantelzorgers kunnen daarom zelf bepalen hoe ze het respijtzorgbudget inzetten en hoeven hier geen lastige procedures voor te starten. Een mantelzorgverklaring is afdoende om het aan te vragen.

  • Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren worden verplicht om mantelzorgers te ondersteunen en wijzen proactief op alle ontzorgmogelijkheden die er zijn. Zoals respijtzorg, casemanagers, cliëntondersteuners, mantelzorgmakelaars en financiële/fiscale regelingen.

  • Informele en formele zorg moeten elkaar gaan ondersteunen. Formele zorg krijgt een meer ondersteunende rol en informele zorg een uitvoerende rol. 

  • De formele zorgpartijen rondom een cliënt gaan een samenwerking aan zodra duidelijk wordt dat een cliënt voor langere tijd zorgintensief is. Instanties werken integraal samen om de cliënt te ondersteunen, mantelzorgers te ontzorgen en gezinsgerichte zorg te bieden. 

  • Artsen, verpleegkundigen, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren krijgen allen een signalerende, preventieve en ondersteunende functie. Hun rol en ondersteuning wordt vastgelegd in een (eventueel verplicht) gezinsondersteuningsplan waar de ondersteuning van de cliënt en zijn/haar gezin en de mantelzorger aan bod komt. 

  • Cliënten die zorg nodig hebben krijgen te maken met het krijgen van budget bij verschillende budgetverstrekkers en een wirwar van regels. De regelgeving moet vereenvoudigd worden. Een goed leven voor het kind moet voorop komen te staan en niet het risico op fraude. 

  • De overheid stelt centraal kwaliteitseisen op waar budgetverstrekkers (zorgkantoren, gemeenten, zorgverzekeraars, ciz) aan moet voldoen betreft het signaleren, indiceren en ondersteunen in de zorgbehoeften van de cliënt en de ontzorgbehoeften van de mantelzorgers. 

  • De betreffende instanties worden middels vijfjaarlijkse evaluaties getoetst op kwaliteit en cliënttevredenheid.

  • Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren worden verplicht om middels kwalitatief behoeftenonderzoek in kaart te brengen hoe ze hun cliënten en hun mantelzorgers kunnen ondersteunen. Het onderzoek moet zich richten op individuele behoeften als regiobeelden. Daarmee kan in kaart worden gebracht in welke regio’s de knelpunten rondom mantelzorg het grootst zijn: Wat betekent dat voor de opgave voor de regio? En hoe kunnen mantelzorgers in de regio’s preventief ondersteund worden zodat overbelasting wordt voorkomen? Is een brede basis van preventie, ondersteuning en zorg in de regio op orde of niet? Hoe is de ondersteuning van mantelzorgers lokaal georganiseerd (samenwerking tussen zorg en welzijn)? Is de ondersteuning van goede kwaliteit en weten mantelzorgers de weg?

  • De wachttijd voor het behandelen van de aanvraag van ondersteuning vanuit een zorg/respijtbudget of ondersteunde middelen mag niet langer zijn dan maximaal 2 weken. 

  • Belemmerende regelgeving moet opgeheven worden waardoor het voor mantelzorgers makkelijker wordt. Er moet in elke gemeente één kantoor komen waarbij je met al je vragen terecht kunt waar deskundige ambtenaren zitten die je verder helpen en je doorverwijzen naar de juiste instanties. 

  • Wanneer een cliënt een complexe zorgvraag heeft en niet duidelijk is op welk zorgbudget de cliënt aanspraak kan maken, kan er gebruik gemaakt gaan worden van een tijdelijk overbruggingsbudget. Dit is een budget die door de zorgverzekeraar, zorgkantoor en gemeenten wordt beheerd en waar voor 4 maanden zorg kan worden betaald. In de tussentijd dienen de budgetverstrekkers samen tot een overeenstemming te komen wie het zorgbudget gaat verstrekken. Deze verantwoordelijkheid komt niet bij de mantelzorger te liggen. De (wacht)tijd om tot een diagnose te komen mag geen reden zijn dat een cliënt geen aanspraak op zorgbudget kan maken.

  • Er komt ondersteuning voor de jonge mantelzorger. 

  • Minderjarige kinderen die mantelzorgtaken uitvoeren worden zo snel mogelijk daarin ontlast en ondersteund. Gezinnen waar kinderen zorgtaken hebben, krijgen voorrang bij aanmelding van een zorgvraag.   

  • Er komt erkenning voor de situatie van brussen (broers en zussen van zorgkinderen). Op school komt er ondersteuning en begrip voor hun positie. 

  • Burgerinitiatieven worden aangemoedigd en toegejuicht. Er komt budget voor gemeenten om burgerinitiatieven op weg te helpen. Mantelzorgwoningen worden vergunningsvrij gehouden. Zo  wordt het makkelijk om bijvoorbeeld mantelzorgwoningen bij te bouwen op eigen terrein.  In de gebiedsontwikkeling worden locaties aangewezen met een maatschappelijke bestemming die specifiek bestemd zijn voor mantelwoonzorgvormen.  

  • Er komt budget voor innovatieve co-creatie trajecten waarbij verder wordt gekeken dan het opzetten van proeftuinen. Er worden voldoende geborgd dat de gebruikers en creatieve experts betrokken zijn voor het (door) ontwikkelen en evalueren van de producten/diensten. 

 

Mantelouders: ondersteund en erkend als volwaardige partner in de zorg

Splinter wil dat er meer aandacht, erkenning en ondersteuning komt voor mantelouders (ook bekend als zorgouders). Mantelouders zijn ouders van zorgintensieve kinderen; kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, een chronische of progressieve ziekte, intensieve kindzorg en gedragsproblematiek (zoals autisme). Splinter ziet dat mantelouders specifieke behoeften hebben en neemt daarom deze groep apart op in zijn programma. Tevens gelden voor mantelouders ook de algemene mantelzorgpunten. 

Zorgen voor je kind lijkt iets vanzelfsprekends, maar bij sommige gezinnen is de zorg vele malen groter dan bij een regulier kind. Er komen veel zorgtaken bij. Denk aan taken als sondevoeding geven, eettraining, vernevelen, communiceren met ondersteunende middelen zoals pictogrammen of gebarentaal. Ook moeten mantelouders veel contact onderhouden met meerdere artsen, therapeuten, gespecialiseerde opvangcentra, zorgverleners, zorginstelling en budgetverstrekkers. Mantelouders worden vaak, levenslang, de casemanager van hun zorgintensieve kind. En dat is een zware taak.

Tijdens de coronacrisis is deze specifieke groep mantelzorgers vergeten door het kabinet. Splinter wil dat de overheid meer ondersteuning biedt aan deze zorgintensieve gezinnen, zodat zij niet omvallen. Vooral tijdens crisistijden moet het hele zorgintensieve gezin ondersteund worden. 

De zorg staat zwaar onder druk en dreigt onbetaalbaar te worden. Mantelouders dienen als een goed en betaalbaar alternatief gezien te worden voor zorgprofessionals. Het inzetten van informele zorgverleners in plaats van formele zorgverleners is een goed alternatief om de zorg betaalbaar en behapbaar te houden. Een aantal mantelouders kiest ervoor om zelf voor hun kind te zorgen aangezien ze geen geschikte zorgverlener passend bij de zorgbehoefte van hun kind kunnen vinden. Als mantelouders zorg op zich nemen dan mag dat niet als ‘gebruikelijke zorg’ gezien worden. Het is daarom belangrijk dat de positie van mantelouders juridisch erkend wordt. 

  • Een mantelouder wordt gezien als een volwaardig partner in de zorg. De positie van mantelouder wordt juridisch vastgelegd. Duidelijk wordt wie wel en wie niet als mantelouder wordt aangemerkt. Tevens dienen alle fiscale regelingen, onthoudingen, rechten en plichten vastgelegd. Er wordt een mantelouderaantekening gemaakt in de mantelzorgverklaring.

  • Informele en formele zorg moeten elkaar gaan ondersteunen. Formele zorg krijgt een meer ondersteunende rol en informele zorg een uitvoerende rol. De formele zorgpartijen rondom een zorgintensief gezin gaan een samenwerking aan zodra duidelijk wordt dat een kind voor langere tijd zorgintensief is. Instanties werken integraal samen om het zorgkind te ondersteunen, mantelouders te ontzorgen en gezinsgerichte zorg te bieden.

  • Artsen, verpleegkundigen, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren krijgen allen een signalerende, preventieve en ondersteunende functie. Hun rol en ondersteuning wordt vastgelegd in een (eventueel verplicht) gezinsondersteuningsplan waar de ondersteuning van ouders, broers/zussen en zorgintensief kind aan bod komt.

  • Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren worden verplicht om mantelzorgers te ondersteunen en wijzen proactief op alle ontzorgmogelijkheden die er zijn. Zoals respijtzorg, casemanagers, cliëntondersteuners, mantelzorgmakelaars en financiële/fiscale regelingen.

  • Ontzorgprocessen worden automatisch in gang gezet. Tweede kinderbijslag wordt automatisch aangevraagd door de gemeente/ciz zodra het duidelijk wordt dat een kind lange tijd zorg nodig heeft. Indien een kind tweede kinderbijslag krijgt, dan wordt de extra kindertoeslag ook automatisch aangevraagd. Vergoeding van luiers etc.

  • Gemeenten vormen een samenwerkingsverband met andere gemeenten waar geleerd wordt van elkaar. Door deze samenwerkingsverbanden wordt het makkelijker voor mantelouders om zorg voor hun kind bij buurtgemeenten in te kopen.

  • Wanneer een kind een complexe zorgvraag heeft en niet duidelijk is op welk zorgbudget het kind aanspraak kan maken, kan er gebruik gemaakt gaan worden van een tijdelijk overbruggingsbudget. Dit is een budget die door de zorgverzekeraar, zorgkantoor en gemeenten wordt beheerd en waar voor 6 maanden zorg kan worden betaald. In de tussentijd dienen de budgetverstrekkers samen tot een overeenstemming te komen wie het zorgbudget gaat verstrekken. Deze verantwoordelijkheid komt niet bij de mantelouders te liggen. De (wacht)tijd om tot een diagnose te komen mag geen reden zijn dat een kind geen aanspraak op zorgbudget kan maken.

  • Sinds de decentralisatie in 2015 is gebleken dat de kwaliteit van ondersteuning vanuit de jeugdwet niet voldoende is. Er komt een accreditatiecommissie die toezicht houdt en toetst op de ondersteuning die gemeenten bieden vanuit de jeugdwet, zorgverzekeraars vanuit verpleging, persoonlijke verzorging en IKZ, en zorgkantoren vanuit de WLZ. Er komen consequenties voor gemeenten die de ondersteuning vanuit de Jeugdwet en WMO niet op orde hebben.

  • Indien een gemeente, zorgverzekeraar, zorgkantoor een zorgaanvraag voor maatwerk afwijst zijn zij verplicht met een passend alternatief te komen. Indien er geen passend alternatief is moeten zij samen met de mantelouders aan de slag om een alternatief te vinden. Indien er niet binnen 3 weken een alternatief is gevonden moet de budgetverstrekker alsnog akkoord gaan met de eerder ingediende zorgvraag.

  • Er komen voor gemeenten rechtlijnige regels voor (mantel)zorgvoorzieningen. Elke gemeente heeft eigen regels die gelden. Wanneer ouders verhuizen levert dit veel problemen op.

  • Mantelouders kunnen eenvoudig een case ter evaluatie indienen bij een overkoepelende organisatie indien zij onrechtmatig behandeld zijn. De case dient binnen een maand behandeld te zijn.

  • Gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren worden verplicht inzage te geven in besluitvorming rondom het aanvragen van zorgbudget en/of mantelzorgondersteuning. Indien ouders naar de rechter moeten en deze hen gelijk geeft dan zijn de proceskosten voor de gemeente.

  • Indicatie van de zorgbehoefte wordt door een onafhankelijke organisatie gedaan die de zorg zelf niet gaat leveren. De indicatie wordt gedaan op basis van het aantal uur bovengebruikelijke zorg van het kind. Informele zorg die de mantelouders leveren heeft geen effect op het aantal uur geïndiceerde zorg.

  • Het PGB is een belangrijk middel voor mantelouders om regie over de zorg te behouden. Het PGB zal niet verdwijnen.

  • Het PGB moet altijd gebruikt kunnen worden voor uitbetaling van informele zorgverleners, dus ook uitbetaling van de zorg door de mantelouders. Budgetverstrekkers kunnen hier geen restricties op leggen.

  • Inkomen verkregen uit PGB dient gezien te worden als volwaardig inkomen. Mantelouders kunnen een hypotheek aanvragen als hun inkomen uit PGB komt, indien de verwachting van de toewijzing van het PGB van structurele aard is door de zorgbehoeften die het kind heeft.

  • Kinderen die zorg nodig hebben krijgen te maken met het krijgen van budget bij verschillende budgetverstrekkers en een wirwar van regels. De regelgeving moet vereenvoudigd worden. Een goed leven voor het kind moet voorop komen te staan en niet het risico op fraude. 

  • Respijtzorg wordt preventief ingezet om mantelouders te ontzien. Respijtzorg mag niet overschaduwd worden door stress van het geregel. Mantelouders kunnen daarom zelf bepalen hoe ze het respijtzorgbudget inzetten en hoeven hier geen lastige procedures voor te starten. Een mantelzorgverklaring is afdoende om het aan te vragen.

  • Werkgevers moeten een mantelzorgpunt opnemen in hun arbeidsvoorwaarden waarbij staat aangegeven hoe zij mantelouders preventief ondersteunen zodat de kans op burnout door overbelasting beperkt wordt. Betaald zorgverlof moet worden uitgebreid naar 16 weken per jaar. Een werkgever kan een vergoeding krijgen om een tijdelijke vervanger in te zetten.

  • In algemene crisistijden (zoals een pandemie) worden zorgintensieve gezinnen als kwetsbare groep erkend.

  • Er komt er een betaald calamiteitenverlof die één van de mantelouders/verzorgers kan opnemen. Het verlof kan ook verdeeld worden over de ouders.

  • Mantelouders en zorgkinderen krijgen voorrang op alle groepen bij de verdeling van vaccinaties in geval van een pandemie. Een mantelouder kan simpelweg niet uitvallen in de zorg van zijn kind. Thuis- en uitwonende zorgkinderen krijgen beiden voorrang omdat een quarantaine of een ziekenhuisopname van zorgkinderen te grote gevolgen heeft voor het kind en mantelouder.

  •  

  • Dagbesteding, speciaal (basis) onderwijs en thuiszorg/begeleiding vallen onder cruciale beroepen en blijven open/beschikbaar tijdens pandemieën. (Voor deze groepen is ook voldoende voorraad beschermende middelen aangelegd)